EWA_NL Schrijfmarathon Opdracht 9 (halve finale)

De halve-finale-opdracht voor de Schrijfmarathon luidde als volgt:

Schrijf een erotisch verhaal dat zich afspeelt tussen twee mannen.
Je verhaal moet minimaal één seks-scene bevatten en maximaal 1000 woorden.

Een pittige opdracht, maar ja, wel een beetje mijn eigen schuld, aangezien ik het idee voor deze opdracht ooit heb aangedragen ;-). Bij het lezen van de inzendingen viel het me op dat bijna alle deelnemers (inclusief mijzelf) hebben gekozen voor een romantisch emotionele insteek, met een enkele uitzondering. De inzendingen van alle deelnemers kun je hier lezen. Hieronder mijn eigen inzending, ik eindigde ermee op de vierde plek.

Eén stap

Met zijn ellebogen steunt hij op de betonnen balustrade van het dakterras en leunt zover mogelijk voorover. Hij staart naar de bewegende lichten van het verkeer beneden en voelt de verleidelijke streling van de zwaartekracht tezamen met de verstikkende omhelzing van zijn schuldgevoel. De stem diep in zijn binnenste zegt dat hij er beter niet kan zijn. Hij is een mislukking, een freak, niet in staat tot normale gevoelens.

In de studentenkamer achter hem, gaat de discussie over de zin van het leven. Begeleid door jazzmuziek en goedkope wijn. Bij binnenkomst hadden twee hazelnootbruine ogen in een markant mannengezicht ervoor gezorgd dat zijn lichaam hem direct had verraden, feilloos en zonder aarzeling. In zijn bewustzijn was het ijskoude besef doorgesijpeld dat zíjn leven geen enkele zin heeft. Hij is slechts een bittere teleurstelling voor zichzelf en iedereen in zijn omgeving.

De therapie die hij gevolgd had om het kwaad dat in hem huist te verdrijven, was op een fiasco uitgelopen. Onder het hoopvol toeziend oog van zijn ouders en de dominee had hij uit alle macht geprobeerd zijn perverse gedachtes uit te bannen. Om de gevoelens van zijn vriendin te beantwoorden op een niveau dat zij verdient. Ze is het liefste meisje van de wereld. Waarom houdt hij niet op die manier van haar? Wanhoop laait in hem op als hij haar gekwetste blik toen hij het op het ‘moment suprême’ weer eens liet afweten, voor zich ziet.
Zijn ogen peilen opnieuw de diepte. Eén beweging maar, één stap zou voldoende zijn om …

“Het is niet waar, weet je,” onderbreekt een mannenstem plotseling zijn gedachten.
“Wat?” Verschrikt kijkt Maikel op uit zijn overpeinzing, recht in de hazelnootbruine ogen. Het blijft even stil. De man schudt een sigaret uit een pakje en plaatst deze tussen zijn lippen. Dan strijkt hij een lucifer aan, schermt het vlammetje af met zijn hand en houdt deze bij de sigaret. Hij inhaleert diep en blaast de rook dan langzaam uit, terwijl hij tegen de balustrade leunt.
“Dat je niks voelt. Dat je al buiten bewustzijn bent, voordat je de grond raakt.” Zijn blik glijdt aandachtig over Maikel heen. “Je voelt elke centimeter beton die je tegenkomt tot in het diepst van je botten, in slow motion.”

Vol afgrijzen staart Maikel hem aan. De sigarettenrook kringelt prikkend in zijn neusgaten en vanuit het niets moet hij niezen.
“Gezondheid. Dat krijg je als je in de vrieskou op het balkon staat,” zegt de man met milde spot, terwijl hij zijn sigaret op de grond gooit en uitdrukt met zijn schoen.
“Ik ben Ruben.”
Maikel neemt de uitgestoken hand aan. De handdruk verspreidt een weldadige warmte door Maikels hele lichaam en de koude stenen in zijn buik verdwijnen. Een eindeloos moment staan ze daar en houden alleen elkaars hand vast. Hun blikken aan elkaar geklonken als een magneet.
“Maikel,” antwoordt Maikel schor. Zijn nagloeiende hand valt weer langs zijn zij en hij weet niet zo goed wat hij verder moet zeggen.

“Toen je daarstraks binnenkwam, dacht ik dat we wel een klik hadden. Dat we iets in elkaar herkenden,” zegt Ruben dan, “maar je was meteen weer verdwenen.” Het is een constatering en een vraag tegelijk.
Maikel wordt rood. “Nee dat is het niet. Ik bedoel, ja, die klik voelde ik ook wel … maar …” hakkelt hij om daarna weer te zwijgen. Dat was het moment geweest dat hij had beseft dat alles voor niets was geweest, dat geen enkele therapie of behandeling ter wereld zijn verlangens zou kunnen uitwissen.
“Maar … je wilt niet op mannen vallen?” vraagt Ruben voorzichtig. “Er zijn mensen in je omgeving die je niet accepteren zoals bent en je voelt je een loser?”

Niet in staat om iets te zeggen, kijkt Maikel Ruben met grote ogen aan en knikt. Met een glimlach heft Ruben zijn hand en streelt langzaam met zijn duim over Maikels lip. Een gretig vuur ontbrandt in Maikels borst en onderlijf. Alles voelt ineens hard en strak, een eis om actie te ondernemen. Maar hij is verlamd. Rubens gezicht komt dichterbij, even dralend om daarna met zijn lippen de plek van zijn duim in te nemen. Krachtige lippen die verbazend teder zijn. Stoppels schuren over stoppels en Maikel zucht van genot als Rubens tong zijn mond verkent. Hij wordt tegen de balustrade geduwd en Ruben wrijft met zijn heupen tegen de zijne. Hun erecties beantwoorden elkaar door de stof van hun kleding heen. Beloftes creërend en verlangen oproepend naar meer, veel meer.

Rubens hand glijdt achter de band van Maikels broek en het elastiek van zijn slip. Stevig omvat hij de volle hardheid van Maikels opwinding en beweegt heen en weer. Een kreun verlaat Maikels lippen. De honger die als hete olie door zijn aderen stroomt is als een levenselixer dat hem tot leven wekt.

Ruben heeft inmiddels Maikels broek los gemaakt en bevrijdt zijn gezwollen lid. Hij zakt door zijn knieën en beroert even met zijn tong de glanzende eikel. Maikels erectie wipt verwachtingsvol op en neer. Dan glijdt Rubens mond warm en vochtig over de hele schacht. Op en neer, steeds opnieuw. De spanning in Maikels onderbuik stijgt tot ondraaglijke hoogte en hij stoot zijn pulserende erectie in Rubens mond, tot hij diep in zijn keel explodeert.

“Iets dat zo goed voelt, kan toch niet slecht zijn?” vraagt Ruben zacht, nadat hij heeft geslikt en zijn mond afgeveegd met zijn hand. Maikel schudt langzaam zijn hoofd. Er klinken stemmen op de achtergrond. Ruben staat snel op en brengt Maikels kleding weer in orde.
“Kijk, allereerst moet jij jezelf en je verlangens accepteren,” zegt Ruben, terwijl hij een stift uit de binnenzak van zijn jasje pakt. “Daarna komt al het andere.”
Hij grijpt de pols van Maikel en stroopt diens mouw omhoog. Met de stift schrijft hij iets op de binnenkant van Maikels arm.
“Als je zover bent, laat het me dan weten.” Hij draait zich om en loopt naar binnen. Maikel verdwaasd achterlatend, starend naar het telefoonnummer op zijn arm.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s